zondag 3 mei 2015

Ga en spreek op een nieuwe manier

Tekst : Exodus 4: 10 – 17 (HSV) 



Ontvangen / leren
Exodus 4:12 - Nu dan, ga, Ik zal Zelf met uw mond zijn, en u leren wat u spreken moet.
Dit is een les die wij als gelovigen allemaal te leren hebben.  De Heer geeft opdracht om  te gaan en vertelt niet wat Mozes moet gaan zeggen op de plaats waar hij de farao ontmoeten zal.  God wil geen ingestudeerd stuk, waarbij misschien een  eigen draai en invulling aangegeven kan worden.  En de Heer spreekt over een proces waar Mozes door heen gaat om te kunnen spreken op de missie, die hij krijgt van God. Als een discipel wordt hij, als het ware, er op uit gestuurd.

Zijn natuurlijke opleiding aan het hof van farao is niet de basis voor zijn spreken in opdracht van de Heer. Ook zijn tijd bij Jethro en zijn schapen is niet een basis voor Mozes, waarbij hij klaar zou zijn om zijn taak te doen. Hij moest net als Jozef, die uit de gevangenis kwam, bekleed worden met autoriteit om in opdracht van Zijn koning op te treden. Bij Jozef zichtbaar door de kleding van de farao, de wagen, de ring en de ketting. Bij Mozes was de staf als teken van de autoriteit en op die moment dat God het tegen hem zou zeggen. Hij kon niets ontlenen aan de stok in zijn hand, maar het Kairos moment,  Goddelijk moment, waarop God sprak en zich er aan verbond om Zichzelf te openbaren. Bij ons als NT gelovigen worden wij bekleed met de klederen van redding en eeuwige bestemming: verlossing, waarheid, gerechtigheid, geloof, Woord van God, Heilige Geest, bereidvaardigheid van het Evangelie van de Vrede, innerlijke ontferming, zachtmoedigheid, nederigheid, geduld etc. etc. etc. We worden bekleed met Jezus als mens en gemeente.

Het kleed wat  Mozes droeg om zijn taak te kunnen gaan doen, was nederigheid en zachtmoedigheid. Hij had al zijn ambities moeten afleggen. Om in plaats van een volk, schapen te gaan leiden. Zijn skills om anderen te overrulen met kracht, geleerdheid en autoriteit als zoon van het hof, was nu staande blijven in een hard bestaan als herder en God dienen in de eenvoudigheid van het leven. God had zijn bling bling ingeruild voor een karakter dat bestand zou zijn om de druk, die hij zou gaan krijgen met Gods hulp te dragen. Het ging niet meer om prins Mozes, maar om de grote Ik ben Die Ik ben , die het volk zou gaan uitleiden.

Natuurlijk talent / Goddelijke roeping
Exodus 4:14 - Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Mozes en Hij zei: Aäron, de Leviet, is toch uw broer? Ik weet dat híj uitstekend spreken kan. Bovendien, zie, hij trekt u tegemoet. Zodra hij u ziet, zal hij zich van harte verblijden.
De Heer spreekt tegen Mozes over zijn roeping en spreken.  Het is duidelijk dat God Mozes op het oog heeft en niet Aaron voor deze opdracht. God noemt het natuurlijke talent van Aaron en zijn verwantschap met Mozes.  In het natuurlijke en tastbare was Mozes goed georiënteerd. Hij wist waar hij de versterking moest halen om met zijn eigen onzekerheid om te gaan.



In het bedrijfsleven zien we ook dat leidinggevenden mensen, om zich heen verzamelen, die voor hen bepaalde taken en opdrachten kunnen uitvoeren om het doel te bereiken waarvoor hij / zij aangesteld is. Dat betekent nog niet dat zij in lijn met hun leidinggevende ook zo communiceren en aansluiting hebben. In opdracht van de leidinggevende kunnen heel veel zaken goed uitgevoerd worden. Maar gaat het om het eigenlijke, de ziel van het bewegen, dan moet de man / vrouw zelf in beweging komen en zich laten zien. Zijn werknemers zijn geen hulpjes om zelf achterover te leunen, maar moeten in het verlengde werken van hun baas.

Bij Mozes was er nog een aspect. Bloedband. Dit kan een pro zijn, omdat je elkaar goed kent van binnenuit. Het kan ook erg tegen je werken omdat je te goed weet hoe die ander is en de (on-)nodige wrijving kan gaan geven. Het tweede aspect wat de Heer over Aäron aanhaalt is: Hij is een Leviet. De taak van een leviet was om dienst te verrichten in de tabernakel. De Levieten waren als enige stam uitverkoren om de heilige voorwerpen van de tabernakel te dragen en daarin te dienen. Voor de gemeente wil dat zeggen dat ieder lid, elke gelovige, verantwoordelijk is zijn bijdrage aan het gemeente-zijn te leveren.  Zij, de levieten, hadden onder andere de taak om de tabernakel, en alles wat daarmee in verbinding stond, door de woestijn te vervoeren. Alles wat God ons in Christus aan de gemeente heeft geschonken, daarvan heeft Hij ons de verantwoordelijkheid gegeven als rentmeesters om dit door de woestijn van het leven heen te dragen. Wij zijn het transportmiddel  van Zijn glorie en gave in deze wereld.  

Daarbij was Aäron hogepriester. Hij moest als hogepriester voorspraak doen voor het volk voor het aangezicht van God op de grote verzoendag. Hij was door God apart gezet om in Zijn dienst op te treden. Niet als vertegenwoordiger van het volk naar een koning toe, maar als geestelijk leider om voorbede te doen en te zorgen dat het volk in relatie met God konden leven door de dienst van de tabernakel heen.

Als Leviet moest hij zich houden aan de voorschriften om zich toe te wijden en heilig te leven en zich niet te verontreinigen. Daarbij waren strikte regels. Zeker voor een hogepriester. Voor Mozes en Aaron was het belangrijk dat zij de roeping die God op hun leven gaf, zo moesten voeren, dat het ook paste bij het bewegen van God met hun leven.  Daarbij hoorde ook het spreken. God was niet onder de indruk van het natuurlijke talent, maar meer hoe zij met het spreken van God omgingen.  Dat geldt ook voor ons om de roeping waarmee wij geroepen zijn op die manier in ons leven uit te leven en doen, zoals God het heeft bedoeld en zoals het bij ons ieder persoonlijk past.

Exodus 4:15 - Dan moet u tot hem spreken en hem de woorden in zijn mond leggen. Ikzelf zal met uw mond en zijn mond zijn en u leren wat u doen moet.
God ging er niet vanuit dat het voldoende was als deze 2 geroepenen op pad gingen. Er moest nog iets gebeuren wat wij ook zien in het Nieuwe Testament.  Geen natuurlijke zalving van welwillende mannen. Maar, zoals Jezus het in Johannes 14 en 16 aan Zijn discipelen uitlegt.  Johannes 14:26 - Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam,  Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb. Veel mensen hebben een voorstelling, dat ze wel weten wat ze willen zeggen, als het er op aankomt. Vaak vergeten ze gaande weg in het gewone te zeggen. waar het op aankomt. Het blijft dan bij een voornemen.



Zo mocht ik in 1986 een gitaar meenemen van thuis naar de Soest, waar ik de theologische opleiding volgde. Enthousiast ging ik aan de slag met het rammelen op de gitaar. Studenten om mij heen, liepen heel snel weg met vingers in de oren. Zowel de het spel als de gitaar waren van slechte kwaliteit. De speler was en is geen muzikant. Toch hebben de uren afgezonderd te spelen en oefenen vruchten afgeworpen in de jaren die er op volgden. Ondanks dat ik niet zonder papier kon spelen, heb ik mogen zien, dat we samen met jongeren hebben gezongen in jeugdclubs, kampen, op straat en zelfs meegespeeld in de muziekgroep op het podium van de gemeente. Het was niet het natuurlijk talent van mij, maar het verlangen om God te prijzen en Hem bekend te maken, dat er op de gitaar gespeeld werd.

Zo is het ook met ons spreken en gaan voor de Heer. Mozes was geroepen om het volk uit Egypte te leiden en Aaron was geroepen om tussen het volk en God te staan en te dienen in de tabernakel. Mozes kreeg de woorden en moest Aaron de instructies geven wat hij moest gaan spreken. Omgekeerde wereld van de Heer. God wilde Zijn goddelijke kracht verbinden op het Kairos moment door de man, die in eigen ogen het minst getalenteerd was. Waarom? Omdat blijkbaar het gebed en het hart van Mozes, die van God in beweging bracht om het zo te doen.  Wat lezen we verder in Exodus? Dat Mozes sprak tot farao. Dat was het proces. Aaron was de katalysator voor Mozes.  Hij was er, deed vervolgens niets en er niet toe, want God sprak tot Mozes en Mozes sprak tot farao. Maar Mozes was bemoedigd en had steun doordat Aaron er bij was. Was Aaron voor spek en bonen erbij? Nee. Samen gingen ze op pad. Waar 2 of 3 vergaderd zijn in de naam van de Heer, daar wil Hij in hun midden zijn. Aaron stond op zijn plek voor Mozes als deel van het volk en God zegende het werk en leven van Mozes door Aaron heen.

Je plaats innemen
Exodus 4:16 - En híj zal voor u tot het volk spreken. Dan zal het zó zijn: Híj zal voor u tot een mond zijn en ú zult voor hem tot een god zijn. (Toespreken vanuit het luisteren naar Gods stem) Aaron moest vanwege zijn natuurlijke gave spreken, namens Mozes. Mozes ontving de woorden van de Heer. Deze moest Aaron letterlijk overnemen alsof deze rechtstreeks door God tot hem gesproken werden.

Het gevaar van dit soort zaken is, zoals wij Nieuw Testamentische gelovigen tegenkomen:
1. Wij denken: Wie ben jij nou dat je deze woorden tot mij spreekt? Jij bent ook maar een mens met fouten net als ik. We schatten de Woorden  van de Heer te laag in en in plaats van naar God te kijken, kijken we naar de mens die namens Hem daar spreekt.

2. De andere kant kan het zo zijn dat iemand zegt een Woord van de Heer te
hebben of zegt : ‘ Zo spreekt de Heer’ ; dat deze in een absoluut positie komt. Er valt niets meer te zeggen. De Heer heeft gesproken. Wie ben ik om te zeggen dat het niet zo is? Daarom is het belangrijk kennis te hebben van het geschreven Woord van de Heer en zelf dicht bij Hem te blijven wandelen.



3.    Ander gevaar is dat wij onze mond houden, omdat we bang zijn dat we
Gods stem niet verstaan en misschien iets verkeerds zouden kunnen zeggen tegen de ander. In Nederland hebben we een sterke kritische houding  t.a.v. het spreken. Wanneer we horen dat  het ene wordt benadrukt, vertellen we gauw dat het andere is vergeten. Zonder bij stil te staan “wat” er tegen ons gezegd wordt en dat dit weleens een Woord van de Heer zou kunnen zijn, waarin Hij vindt dat wij daar bij stil moeten staan.

Kunnen we elkaar en onszelf de kans geven om op een nieuwe manier te spreken?  Durven we te luisteren?  Onze gekleurde bril van ervaring, ondervinding of het beter denken te weten dan de ander, kan ons enorm in de weg zitten. In het Nieuwe Testament krijgen we instructie over ons doen en laten om te veranderen in ons gedrag en taal. Dat alles te maken heeft met de innerlijke houding, die daar achter zit. Woorden gesproken met een koud hart, zal schade brengen aan zijn toehoorders. Ze roepen vraagtekens op. Woorden gesproken vanuit een leven dat niet overeenkomt, zorgt ervoor dat er verweer komt tegen het Woord, of dat mensen het niet zo nauw nemen.  Het is als het zaad dat niet in goede aarde kan vallen.

Het komt er nogal nauw op aan hoe woorden worden gesproken. Niet in geleerdheid zonder praktijk, maar vanuit het Hart van God door de houding, hart en spreken van ons als mens. Een muzikant vertolkt zijn muziek door de manier, waarop hij opgaat in het muziekstuk om het met zijn hart te spelen.
De discipelen spraken op 1e Pinksterdag in nieuwe talen. De discipelen spraken in de verschillende talen waar mensen uit verschillende landen bij elkaar waren gekomen om het Pinksterfeest te vieren.

In Handelingen 2: 8 staat : En hoe kunnen wij hen dan horen, een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? God wil ons leren om de taal van de mensen om ons heen te spreken. Aan de ene kant in de taal waarin mensen hun hart kunnen uitdrukken. Mensen leren bij de inburgeringscursus een basis van de Nederlandse taal. Maar met hun hart spreken en uitdrukken doen zij in hun moedertaal.



Wat is onze moedertaal? Of beter gezegd. Wat is onze “Vaders taal”. Welke vader dienen wij? Mozes moest getransformeerd worden als volwaardige zoon van het huis van Jacob, die God als Zijn vader diende. Zo zijn wij geroepen om een volwaardige zoon / dochter te zijn van God om hem Lief te hebben. Liefde is de taal, die door ons heen spreekt. De taal, die onze houding, gedrag en woordkeuze beïnvloed. Wij maken de keuze om dit toe te laten, waardoor wij op een andere manier kunnen leven en gaan met hetgeen God geeft om te zijn in deze wereld.

Dan zal de wereld gaan zien en horen, welke taal wij spreken. Het schept nogal verwarring als je met 2 monden spreekt. Je kunt niet uit dezelfde bron zoet en bitter water hebben. Wat is mijn keuze vandaag? Welke taal wil ik spreken? Bitter van de ervaring, kennis en teleurstelling en mislukken? Of de taal die we in de Romeinen 8 : 37 lezen: Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Dat laatste geeft de doorslag bij Mozes. God houdt van Mozes en schenkt hem Zijn vertrouwen, zodat hij op weg gaat.

Het gevolg is, dat door hoogte en diepte het werk van God in het leven van Mozes zichtbaar is en wordt. Willen wij dat ook? Wij mogen met Paulus zeggen:
Ik vermag alle dingen in Hem, Die mij kracht geeft. Geen brandende braamstruik, maar het vuur van de Heilige Geest dat ons in vuur en vlam zet. Geen vreemd vuur van menselijke enthousiasme en ambitie, maar in afhankelijkheid en in de kracht van de Heilige Geest opstaan en gaan om te doen wat God tegen ons spreekt. Wil jij net als Jesaja zeggen: Hier ben ik, zend mij. (Jesaja 6: 8)


De tong is een vuur. Zij is de wereld van ongerechtigheid :zegt Jacobus 3:6.  Tegelijkertijd is de tong en onze mond een sleutel tot Gods Koninkrijk. Romeinen 10:9 - Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden. Tussen Jacobus 3:6 en Romeinen 10:9 zit is Jesaja 6:5 en 6 Verootmoediging, reiniging en vergeving. Dat maakt ons spreken anders en komt het vuur, zout en licht van God in ons leven, waardoor wij vrucht gaan dragen als een Mozes en het doel bereiken wat God met ons leven voor heeft.  


Geen opmerkingen: